Beschermvrouwe van de verschoppelingen

Delphine Lecompte

“Delphine Lecompte is de Florence Nightingale van de hedendaagse Vlaamse poëzie, in het harnas van Jeanne d’Arc,” schreef Guido Lauwaert een kleine tien jaar geleden in Knack, naar aanleiding van Lecomptes derde dichtbundel ‘Blinde gedichten’. Dat was lang voor de dichteres een semibekende Vlaming werd door haar opgemerkte passage in De Slimste Mens.

Haar literaire talent stond toen al buiten kijf. Met haar poëziedebuut ‘De dieren in mij’ had de West-Vlaamse in 2010 al de C. Buddingh’-prijs gewonnen voor het beste poëziedebuut.

Intussen heeft Delphine Lecompte een oeuvre opgebouwd dat we stilaan indrukwekkend mogen noemen, met een prominente rol voor de kruisboogschutter, de bokser, de voormalige vrachtwagenchauffeur en andere testosteronmannen.

En hoe frêle de dichteres ook mag overkomen, ze vult het podium met haar spitsvondigheid en humor. Ze doet veel meer dan voorlezen of declameren, haar lezingen zijn een way of performance. Een frisse wind en een verademing in het poëzielandschap.